Werkstudent Nori: ‘Het bedrijf heeft mij een baan aangeboden’

Werkstudent Nori: ‘Het bedrijf heeft mij een baan aangeboden’

Masterstudent Econometrie Nori van den Biggelaar (22) is werkstudent. Ze kan het iedereen aanbevelen. “Het is een serieuze baan, die je later op je cv kunt zetten.”

 

In mijn derde studiejaar Econometrie ben ik begonnen als werkstudent. Daarvoor werkte ik in een kledingwinkel, maar daar stopte ik mee toen ik een half jaar in Glasgow ging studeren. Bij terugkomst zocht ik een baan met wat meer uitdaging. Op internet vond ik vacatures voor werkstudenten bij allerlei bedrijven en organisaties. De vacature van Republiq, een organisatie voor publiek vastgoed dat onder meer adviseert op basis van data-analyse, sprak me aan. Vooral vanwege de flexibele werktijden.

Flexibiliteit is fijn

Ik kende niets van dit bedrijf of van deze wereld. Alles was nieuw voor me. Toen ik begon werkte ik twintig uur en volgde ik maar twee vakken. Nu volg ik vier vakken en als ik tentamens heb, werk ik tijdelijk wat minder. Die flexibiliteit is fijn, want als student heb je het de ene keer drukker dan de andere keer. Mijn werkgever vindt het ook belangrijk dat ik mijn studie haal.

Verschil stagiair en werkstudent

Er zitten grote verschillen tussen een stage en werkstudent zijn. Een stage is onderdeel van je studie. Het werk dat je doet heeft daarmee te maken. Je gaat er voor een bepaalde tijd heen en doet ervaring op of voert een onderzoek uit. Als werkstudent ben je echt onderdeel van het bedrijf. Je werkt mee als volwaardige werknemer. Ik doe werk waar ik in principe niet voor heb geleerd. In mijn geval ben ik natuurlijk wel bezig met data, maar op een totaal andere manier dan tijdens mijn studie. Ik ben bijvoorbeeld druk met duurzaamheid van huizenbouw. Voorheen bekeek ik dit soort kwesties alleen met een econometrieblik, nu leer ik er ook op een andere manier naar kijken. Dat is boeiend.

Juiste studie

Mijn studie past echt bij mij. Ik vond wiskunde altijd heel leuk, alleen wist ik niet goed waar ik later terecht zou komen. Door werkstudent te zijn zie ik veel beter wat ik er na mijn afstuderen mee kan doen. Mijn studie is heel theoretisch en in mijn werk moet ik alle opties afwegen en tot een advies komen. Dat is een heel andere manier van denken. Ik merk wel dat ik in mijn studie die verbinding tussen praktijk en theorie veel makkelijker leg. Daarmee heb ik wel een voorsprong op andere studenten die zoiets niet doen, denk ik. Zij moeten deze ervaring nog opdoen en ik weet nu al hoe dat is. Het bedrijf heeft mij zelfs een baan aangeboden na mijn afstuderen.

Wat heeft werkstudent zijn jou opgeleverd?

  • Een unieke ervaring. Dit staat niet in verhouding tot een studentenbaantje. Je draait echt mee in een bedrijf. Dat is een ervaring die je anders pas opdoet na je afstuderen.
  • Persoonlijke groei. Om hulp vragen vond ik vroeger moeilijk. Ik zocht het zelf wel uit. Nu vraag ik sneller hulp aan collega’s. Dat is gewoon veel praktischer en sneller.
  • Je krijgt veel meer betaald dan bij een studentenbaantje. Plus alle andere extra’s. Toen het bedrijf vijf jaar bestond zijn we een week naar IJsland geweest en ik mocht ook mee.
  • Ik heb veel meer praktische kennis op gedaan.
  • Leuke contacten met collega’s
  • Een baan of in elk geval meer perspectief daarop.

Wat heeft het jou gekost?

  • Tijd. Twee dagen in de week werken is veel naast een studie. Als ik dit niet had gedaan, had ik het minder druk gehad. Soms moet ik na een dag hard werken in de avond nog studeren.
  • Snel schakelen. Je studie vraagt veel, maar je werk ook. Het zijn twee totaal andere werelden.

Heb je tips voor studenten die dit ook overwegen?

  1. Doe iets wat je leuk vindt, anders houd je het niet vol.
  2. Plan goed. Per dag schrijf ik op wat ik die dag moet doen. Zowel voor mijn werk, als voor mijn studie. Dan is het uit mijn hoofd en is het makkelijker om me aan mijn planning te houden.
  3. Praat erover als het je even te veel wordt. Je studie is het belangrijkst. Als iets niet lukt, zeg het gewoon. Werkgevers snappen dat je ook nog studeert en soms even wat minder kunt werken.
  4. Investeer in je collega’s. Probeer een band op te bouwen, ook al werk je er maar twee dagen. Het maakt je werk leuker en je krijgt hulp uit onverwachte hoek.
  5. Plan koffie-momenten in met collega’s. Nu is dat extra lastig omdat iedereen thuis zit. Een half uurtje kletsen via Teams, zoals je ook zou doen bij het koffieapparaat.