Van veel evenementen is het momenteel onduidelijk in welke vorm ze worden aangeboden. We doen er alles aan om je de juiste informatie te geven, maar check voor de zekerheid ook altijd even de site van de betreffende werkgever met informatie over evenementen en sollicitatieprocedures

5. Assessment

Terug naar het assessment overzicht

Praktijksimulaties

Een groot deel van het assessment wordt besteed aan praktijkopdrachten of rollenspellen. Situaties uit de praktijk van de functie worden nagebootst, vaak met behulp van acteurs. Benodigde vaardigheden worden getest door concreet gedrag op te roepen. Bijvoorbeeld: ben jij wel echt zo communicatief vaardig en stressbestendig?

Vijf soorten simulaties

Op basis van de gevraagde competenties en de functie waar je op solliciteert, wordt bepaald welk soort oefeningen je krijgt. Wij maken onderscheid in vijf simulaties. Meestal doe je er één of twee, maar natuurlijk zijn er allerlei variaties en combinaties mogelijk.

1. Tweegesprek

In de gesprekssimulatie voer je een zakelijk tweegesprek dat past bij de functie waar je op solliciteert. Het is bijvoorbeeld een verkoop-, of functioneringsgesprek. Van tevoren krijg je een omschrijving van de case en wat tijd om je voor te bereiden, soms samen met de rollenspeler. Na afloop word je beoordeeld: heb je de vooraf gestelde doelen gerealiseerd?

2. Fact-finding

Ook deze test heeft de vorm van een gesprek. Je krijgt een case voorgelegd, waarbij allerlei belangrijke informatie ontbreekt. Dit moet je tijdens een gesprek met de rollenspeler zien te achterhalen. Zo wordt bekeken hoe creatief en vindingrijk jij bent, maar bovenal hoe jij informatie inwint. Welke vragen stel je?

Er zijn in principe geen goede of foute antwoorden. Het gaat er juist om inzicht te krijgen in jouw aanpak en denkwijze. Bij het oplossen van een case is het dus belangrijk dat je de beoordelaar meeneemt in jouw denkproces. Hoe neem jij beslissingen?

3. Postbak / 'in-basket'

Deze test wordt ook wel 'in-basket' genoemd. Je krijgt een fysiek postbakje (of een e-mail inbox) met allerlei documenten, zoals memo's, kladjes, brandbrieven, rapporten, beleidsnota's en notulen. Jij moet vervolgens prioriteiten stellen en bepalen welke actie je onderneemt. Breng jij orde in de chaos?

4. Presentatie / case-interview

In deze simulatie krijg je een grote hoeveelheid informatie voorgelegd en een fictief probleem dat opgelost moet worden. Je onderscheidt hoofd- van bijzaken. Na een korte voorbereidingstijd presenteer je jouw visie aan de assessoren, en na afloop beantwoord je hun (pittige) vragen. Ben jij analytisch sterk? En hoe goed kun je presenteren?

5. Groepsdiscussie

Je krijgt wederom de opdracht een probleem op te lossen, maar nu in discussie met andere kandidaten. Meestal is de groep niet groter dan zes deelnemers. Samen lossen jullie een casus op: een moeilijke reorganisatie, kostbare investeringen, of de verdeling van een budget. Welke rol neem jij op je? Hoe bewaak jij je eigen deelbelang? Je inbreng, overtuigingskracht en sociale vaardigheden worden beoordeeld.

Do's

  • Stel jezelf bij iedere opdracht een doel. Dit kan inhoudelijk zijn (bijvoorbeeld overtuigen), maar kan ook gaan over de vorm. Vraag jezelf af hoe jij over wilt komen. Let dus op toon en intonatie.
  • Maak van de simulaties geen toneelstuk. Het gaat er natuurlijk om hoe jij in het echt bent. Probeer dus dicht bij jezelf te blijven.
  • Doe in de discussies actief mee, zonder dat je dominant wordt. Een afwachtende of passieve houding komt verveeld of ongemotiveerd over.
  • Neem een open houding aan. Luister naar anderen, en sta in de gesprekken en discussies open voor andermans standpunten. Dit betekent echter niet dat je meteen toegeeft.

Don'ts

  • Veel kandidaten willen als een 'leider' overkomen, maar vatten dit begrip verkeerd op. Leiderschap betekent niet het hoogste woord hebben. Het gaat niet om dominantie. Een voorzitter in een groepsdiscussie heeft vaak juist een verbindende rol; hij of zij is zich bewust van de gezamenlijke doelstellingen, en is bereid naar anderen te luisteren.
  • Vraag na afloop niet hoe de assessoren je hebben beoordeeld. Dit is niet de bedoeling: zij willen de opdracht eerst bespreken en met elkaar evalueren. Het rapport lees je achteraf wel.
  • Probeer niet achteraf alsnog je gelijk te halen, door bijvoorbeeld te stellen dat je je in het echt heel anders gedraagt. Hier zullen ze zich weinig van aantrekken.
  • Houd in de groepsdiscussie niet krampachtig vast aan je ingenomen standpunten. Blijf altijd reëel. Komt iemand anders met een beter voorstel? Dan is het zeker geen schande je te laten overtuigen.
  • Ben je zenuwachtig voor of tijdens het assessment? Hier kun je zeker wat aan doen. Lees hier ons advies!